Naar inhoud

Wat met ongewenste planten?

Kies een vraag uit de lijst

  1. Hoe bestrijd je de invasieve soort Japanse Duizendknoop?
  2. Wat adviseer je ons als alternatief voor round-up om de klinkers van onze oprit langdurig onkruidvrij te houden en wat kunnen we gebruiken in plaats van bleekwater om deze te ontmossen?
  3. Niet-geweven worteldoek zou wortelvorming beter bestrijden dan geweven worteldoek. Maar voert niet-geweven doek regenwater niet minder goed af? Welke raden jullie aan voor het bestrijden van onkruid en klimop (met redelijk stevige wortels)?

  4. Ik heb in mijn oud kippenhok een overlast van brandnetels. Hoe krijg ik die weg zonder spuiten?
  5. Onze tuin wordt overwoekerd door meiklokjes. Al de andere lage planten moeten er aan geloven. Hoe los ik dit op?

  1. Hoe bestrijd je de invasieve soort Japanse Duizendknoop?

    Japanse duizendknoop kan je best bestrijden door uitputting. Dus regelmatig afmaaien of hakken.

     

    Een aantal links naar interessante websites:

    http://nl.wikipedia.org/wiki/Japanse_duizendknoop

    http://www.hobokensepolder.be/HobokensePolder/JapanseDuizendknoop.html

    http://pandavoer.nl/Japanese%20Knotweed.html

    top
  2. Wat adviseer je ons als alternatief voor round-up om de klinkers van onze oprit langdurig onkruidvrij te houden en wat kunnen we gebruiken in plaats van bleekwater om deze te ontmossen?

    Voor onkruid en mos tussen de klinkers van uw oprit te verwijderen zonder pesticiden zijn er verschillende mogelijkheden:

    • Wegspuiten met een hogedrukreiniger (voor mos)
    • Wegbranden met een onkruidbrander (te verkrijgen in de meeste tuinzaken). Dit gaat de planten verschroeien waardoor ze vanzelf afsterven en verdwijnen. Dit werkt zeer goed en zeer snel.
    • Handmatig weghalen met een voegenkrabber (even effectief, maar uiteraard vergt dit heel wat werk)

     

    Indien u preventief wil werken om minder onkruid te krijgen op uw oprit zijn volgende zaken mogelijk:

    • Houd de verhardingen schoon. De planten gaan komen waar organisch materiaal zich verzamelt, dus als u de oprit af en toe schoonveegt zodat er geen resten zich verzamelen in de voegen, dan gaat er minder snel onkruid opduiken. Met dit borstelen gaat u eveneens klein beginnend onkruid kunnen wegvegen.
    • Verder is preventie uiteraard eenvoudig door niet meer verhardingen aan te leggen dan nodig. Paden en opritten gaan het meest last hebben van onkruid wanneer ze weinig betreden worden, dus voorzie enkel verhardingen indien u er ook veel gebruik van gaat maken.

     

    Meer nuttige informatie hierover: www.zonderisgezonder.be

    top
  3. Niet-geweven worteldoek zou wortelvorming beter bestrijden dan geweven worteldoek. Maar voert niet-geweven doek regenwater niet minder goed af? Welke raden jullie aan voor het bestrijden van onkruid en klimop (met redelijk stevige wortels)?

    Het werken met traditionele worteldoek is niet echt duurzaam. Als we voldoende uitwisseling wensen tussen bodem, wortels en organische stof, wat sterk gehinderd wordt door een worteldoek, moeten we dergelijke doeken zo veel mogelijk vermijden. Sinds enkele jaren zijn er wel bio-afbreekbare worteldoeken op de markt die water en lucht perfect doorlaten. Aangezien dit probleem zich bij deze worteldoeken niet stelt, kan je ze wel gerust gebruiken.

    Klimop verwijderen kan een lastige klus zijn, maar er zit niets anders op dan dit manueel te verwijderen vrees ik. Dus dit wil zeggen dat je de wortels moet uitgraven. Schaduw werpen (met bv. een worteldoek) gaat hier zeker niet helpen, aangezien klimop een schaduwplant is.

    top
  4. Ik heb in mijn oud kippenhok een overlast van brandnetels. Hoe krijg ik die weg zonder spuiten?

    Ken je gast

    Het belangrijke verschil tussen Grote en Kleine brandnetel, vooral voor het beheer, is de levenscyclus. Kleine brandnetel is een pioniersplant met een penwortel. Ze komt voor op verstoorde bodem. Ze is een eenjarig, dus vrij makkelijk kwijt te raken. De Grote brandnetel is een kruidachtige, doorlevende plant met gele wortelstokken die vrij oppervlakkig, maar ver kunnen vertakken. Die wortelstokken vormen ‘matjes’ waardoor de plant grote oppervlakten grond kan bedekken. Ze groeit graag op matig vochtige en beschaduwde standplaatsen. De Grote brandnetel is het schoolvoorbeeld van een stikstofminnende plant. Hoe meer nitraat – maar ook fosfaat – de grond bevat, hoe beter de Grote brandnetel kan concurreren met andere gewassen en hoe sterker ze zich uitbreidt ten koste van andere planten. Grote brandnetel komt voor als ondergroei in bossen waarvan de bladeren van bomen en struiken snel afbreken met veel stikstoftoevoer als resultaat, zoals bij populieren, wilgen en elzen. Buiten het bos zie je Grote brandnetel vooral waar een bepaald soort begroeiing overvloeit in een andere, bijvoorbeeld aan bosranden of aan de voet van heggen. Uitbreiding van deze plant is bijna altijd een gevolg van toevoer van meststoffen. Vaak gebeurt dat via verontreinigd water, zodat je brandnetel ziet aan de rand van afvoersloten. Of door instuiven of doorvloeien van mest aan akkerranden. Of door verrijking van de bodem door te maaien en het gras te laten liggen (bermen). Sluikstorten van groenafval zorgt ook voor brandnetelgroei. Ook het te royaal gebruik van gehakseld hout in aanplantingen bevordert de groei van deze plant.

     

    Voor elke plek een andere tactiek

    • Bij de aanleg van een nieuwe bloemenborder op een stuk waar brandnetels groeien, ga je op dezelfde manier te werk als voor de start van een moestuin. Dat betekent: maaien, afvoeren, wortels eruit halen en omspitten. Nieuwe brandnetels wied je. Wat je bij de aanwezigheid van Grote brandnetel niet moet doen, is grasmaaisel als mulchlaag gebruiken. Door deze extra aanvoer van voedingsstoffen zal de brandnetel zich nog agressiever manifesteren. Als de border meer body krijgt, bedekken de planten zelf de bodem en kun je de restanten van stengels en bloeiwijzen, die je na de winter opruimt, versnipperen en verspreiden tussen de beplanting.

    • Op een perceel waar brandnetels groeien, is het moeilijk om een gevarieerd lang grasland te bekomen omdat je daar te maken hebt met een stikstofrijk milieu. Is er geen rechtstreekse toevoer van stikstof, dan kan je overwegen om de plek te verschralen door de brandnetels te maaien en af te voeren. Het vlugste middel is uiteraard een intensief maaibeheer. Bij een extensief maaibeheer – maar dan toch met minstens vier in plaats van de

    gangbare drie maaibeurten – kan het lang duren vooraleer de brandnetel volledig verdwijnt en fijnere grassen en andere bloeiende planten een kans krijgen.

    • Bij de nieuwe aanleg van een bosje of struikengordel op een plaats waar brandnetel voorkomt ga je te werk zoals bij de aanleg van een bloemenborder. In de beginfase kan je, zolang de struiken nog klein zijn, intensief maaien. Of je kan ervoor kiezen om de bodem tijdelijk, zolang het bladerdek zich niet heeft gesloten, in te zaaien met eenjarigen. Het beheer bestaat er dan in om elk jaar de bodem te verstoren zodat gevallen zaden opnieuw kunnen kiemen. Later kan je als kruidlaag stevig groeiende planten kiezen. De keuze hiervan zal een beetje gelijkaardig zijn aan de gezelschappen voor zevenblad.

    • Bij oude(re) houtachtige aanplantingen waar de Grote brandnetel zich heeft gevestigd, kan je de plant daar het best gewoon laten groeien. De betreedbaarheid speelt in dit soort aanplantingen meestal toch niet mee. Het beheer kan erin bestaan de brandnetels regelmatig te maaien. Dat levert een aardig effect op. Ben je het hier niet mee eens en kijk je er liever niet op, dan bestaat nog altijd de mogelijkheid om de randen van de houtachtige beplanting af te dichten met daartoe geschikte soorten zoals Prachtframboos (Rubus spectabilis), sneeuwbes (Symphoricarpos x chenaultii) of Rosa multiflora, om er maar enkele te noemen. De hoogte van de gekozen soorten zal afhangen van de hoogte van de reeds aanwezige beplanting. Je kan er ook voor kiezen om een zoom aan te planten van niet te hoge vaste planten die in harmonie kunnen groeien met de Grote brandnetel (zie lijst). Fraaie effecten, maar dan enkel in het voorjaar, krijg je ook met vroegbloeiende bolgewassen zoals Daslook en Wilde hyacinten voor halfschaduw en voor een meer zonnige oriëntatie sneeuwklokjes en vroege narcissen.

    top
  5. Onze tuin wordt overwoekerd door meiklokjes. Al de andere lage planten moeten er aan geloven. Hoe los ik dit op?

    -          Dit is een luxeprobleem. Meiklokjes zijn 'oudbos-planten'. Dat betekent dat ze pas ver in het successieverhaal beginnen meespelen; ze komen pas te voorschijn in een bos dat al enkele jaren een bos is, net zoals vb. bosanemonen. Standplaatsvoorwaarden zijn een min of meer arme bodem (niet op kleigrond), niet al te nat en halfschaduw of schaduw. Ze vermenigvuldigen zich ondergronds met wortelstokken (in feite stengels). Daar komt geen einde aan. Meiklokjes breiden elk jaar een stukje uit. Het is echter niet dat op de plaats waar de meiklokjes staan, er niets anders kan groeien, zeker zomerbloemen en najaarsbloemen kunnen perfect worden gecombineerd. Ze zijn niet beperkt in de tijd en ook niet in de ruimte. Er zijn geen zachte manieren om meiklokjes te verwijderen. Ik zou aanraden om er mee te leren leven en ervan te genieten. Als dat onmogelijk is, dan zijn er arbeidsintensieve werkwijzen:

    • eerst controleren of die andere lage planten wel op hun plaats staan: als dat planten van volle zon zijn en ze staan in schaduw of halfschaduw, dan gaan ze weg omdat ze een verkeerde plantenkeuze waren, niet omdat het meiklokje agressief is.
    • veelvuldig maaien met het grasmachien (hoge stand) tot je de ondergrondse delen uitput.
    • verander de lichtinval , dus zorg dat het in volle zon komt te liggen
    • uitgraven en alle wortelstokken vermijden. Als je dat doet, zijn je andere planten er ook aan.
    • Meiklokjes uitstekend. Doe je dit voor de bloei , kan je ze ook inpotten en in huis zetten. Bloeiende meiklokjes verspreiden in huis een heerlijke geur.
    top