Naar inhoud

Inheems en uitheems

Wat is inheems? Wat is autochtoon?

Bij fauna en flora van een bepaald gebied spreekt men van inheemse soorten als deze er sinds langere tijd (meestal sinds de laatste ijstijd) van nature voorkomen. De Zomereik is bijvoorbeeld een inheemse boomsoort in Vlaanderen.

Een plant is autochtoon in Vlaanderen, als deze een nakomeling is van planten die zich sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd altijd natuurlijk hebben verjongd, of die kunstmatig vermeerderd werden met strikt lokaal materiaal. Een zomereik afkomstig uit de Balkan is dus niet autochtoon in Vlaanderen, maar de soort zomereik is hier wel inheems.

Wil je meer informatie over autochtoon plantmateriaal, surf dan naar de website van INBO.

Waarom kiezen voor inheemse en streekeigen soorten?

Inheemse en streekeigen soorten gedijen goed op onze zandgronden en in ons klimaat. Bovendien trekken inheemse bomen en struiken meer diersoorten aan. Zo vergroot je de natuurwaarde van je tuin.

Waarom kiezen voor autochtoon plantmateriaal?

Autochtone planten kunnen beter aangepast zijn aan ziektes, uitzonderlijke vorstperiodes, interacties met andere organismen, … dan niet-autochtone. Ze hebben zich immers gedurende vele eeuwen aangepast aan de lokale groeiomstandigheden. Deze aanpassingen zijn opgeslagen in het genetische materiaal van de planten en zijn daarom overerfbaar.

Op zoek naar inheems en autochtoon plantgoed? In september en oktober kan je elk jaar inheems en in vele gevallen ook autochtoon plantgoed aankopen via 'Behaag onze Kempen'. Voor meer info klik hier.

Uitheemse soorten

Uitheemse soorten zijn hier terechtgekomen door menselijke tussenkomst. Uitheemse soorten uit een gelijkaardig klimaat als het onze gedijen hier vaak goed. Soms verwilderen uitheemse soorten. Als ze zich probleemloos handhaven, dan noemen we ze ingeburgerde soorten die deel uit maken van de wilde soorten.

Verschillende uitheemse soorten zijn zo ingeburgerd dat ze niet meer weg te denken zijn uit onze wilde flora, bijvoorbeeld de grote klaproos en korenbloem. Het is zelfs zo dat 15 procent van onze wilde flora uit ingeburgerde soorten bestaat. Er zijn ook uitheemse soorten die hier wel groeien, maar geen zaad vormen zonder menselijke hulp, bijvoorbeeld rozemarijn.  

Eigenschappen van uitheemse soorten

Winterhard 

Vanwege hun grote sierwaarde vind je veel uitheemse soorten in tuinen. De opvallend gekleurde vlinderstruik komt oorspronkelijk uit China en ijzerhard uit Argentinië. Deze soorten leveren nectar aan onze dagvlinders. Ze doen het hier goed en zijn winterhard. Niet alle uitheems planten groeien goed in ons klimaat. Vele mediterrane planten zijn niet goed bestand tegen onze kille, natte winters. In het voorjaar komen ze vrij laat uit, waardoor ze minder concurrentiekracht hebben. Het is belangrijk dat je kiest voor winterharde soorten, die hoeven niet elk jaar uit de grond te worden gehaald. In de stad is het warmer; daar kunnen wat minder winterharde soorten ook overleven.

De bloeiperiode  

Het valt op dat het hoogtepunt van de bloei van vele inheemse soorten (mei/juni) die van uitheemse soorten uit China, Japan, Noord-Amerika en andere (late zomermaanden) mooi aanvult, bijvoorbeeld hortensia, zonnebloemen en fijnstraal. Heel wat frequent gebruikte winterbloeiers en vroege lentebloeiers zijn uitheemse soorten (winterjasmijn, toverhazelaar, oosters nieskruid).

Ecologische relaties

Inheemse plantensoorten zijn in het algemeen interessanter voor onze fauna dan uitheemse planten. Doordat ze al vele generaties samenleven, hebben dieren en planten zeer nauwe relaties opgebouwd. Ze zijn vaak sterk afhankelijk van elkaar. De rups van het oranjetipje is bijvoorbeeld in hoofdzaak afhankelijk van pinksterbloem en look-zonder-look als voedselplant. Door voor inheemse soorten te kiezen, geef je onze dieren een extra kans. Planten die nieuw zijn ingevoerd, hebben geen specifieke relaties met de inheemse fauna. Een zomereik onderhoudt nauwe relaties met vierhonderd diersoorten, terwijl bamboesoorten hier geen enkele inheemse diersoort kunnen verleiden, behalve als schuilplaats voor vogels tegen koude. Daar waar bamboe inheems is, vormt hij wel voor een hoop dieren een voedselbron of nestplaats, bijvoorbeeld voor de pandabeer.

Invasieve soorten  

Er zijn uitheemse soorten te koop die je beter vermijdt. Het zijn woekerende soorten die beschikken over veel concurrentiekracht. Als ze ontsnappen, nemen ze de plaats in van inheemse soorten. Die inheemse soorten krijgen geen kans meer en raken bedreigd in hun voortbestaan. Het gaat om uitheemse soorten die zich snel en gemakkelijk verspreiden. Ze vormen niet in alle situaties een probleem, maar je kunt maar beter voorzichtig zijn. Hieronder vind je enkele voorbeelden van te mijden invasieve plantensoorten.

Invasieve houtachtige planten

 Chinese bruidssluier
   Japanse duizendknoop
   Amerikaanse vogelkers
   Pontische rododendron

Invasieve kruidachtigen

 reuzenberenklauw
   reuzenbalsemien

Invasieve waterplanten

 grote kroosvaren
   watercrassula
   breedbladige waterpest
   grote waternavel
   parelvederkruid

Voor een volledig overzicht en alternatieven voor deze invasieve soorten kan je terecht op deze website. (Brochure alternatieve planten)

Bamboe

Bamboe wordt geroemd om zijn mooie, wintergroene bladeren en houten stengels. Bovendien ruist de wind er aangenaam in. Dat hij ook nog eens snel uitbreidt, vinden vele mensen bij de aankoop ervan positief. Maar met zijn scherpe houtachtige ondergrondse uitlopers wordt bamboe al na enkele jaren als een lastige gast ervaren. Slechts met de grootste moeite kun je de plant dan nog in toom  houden. De plant, met wortels en al, uit de grond halen is de enige oplossing. Dikwijls blijven er in de bodem nog stukjes achter, waaraan je jaren arbeidsvreugde zult beleven. De enige soort die behandelbaar blijft, is de pollenvormige fargensia. Die vormt geen ondergrondse uitlopers. Net als de andere bamboesoorten heeft deze soort toch nog een vervelend trekje: om de zoveel jaar komen alle bamboes van dezelfde soort tegelijkertijd in bloei, daarna sterven ze allemaal af.

Bron: Velt, stappen naar een ecologische tuin, aanleg en beheer