Naar inhoud

Tips voor een diervriendelijke ecotuin

  • Zorg voor een gevarieerde vegetatie. Stem de tuin af op de omgeving.
  • Zorg voor een gelaagde begroeiing. Hierbij krijg je een maximum aan planten op een minimum van plaats, zonder dat ze elkaar hinderen. Dit is een favoriete pleisterplaats voor dieren. Wil je meer weten over een gelaagde begroeiing? Klik dan hier
  • Zorg voor continuïteit in het beheer. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van stabiele levensgemeenschappen.
  • Gebruik inheemse planten. Ze leveren onderdak, voedsel en schuilplaatsen aan verschillende soorten insecten en andere dieren. Zo komen deze dieren spontaan naar je tuin. 
  • Plaats nestkastjes voor vogels. Welke soorten kan je aantrekken in je tuin? Het omringende landschap, maar ook de grootte van de nestkast en de invliegopening bepalen dit. Wil je meer weten over de types nestkasten? Kijk dan op de website van Natuurpunt. Wil je tips om zelf een nestkast te maken? Surf dan naar de website van Natuurpunt.  
  • Een insectenhotel geeft nestgelegenheid aan de wilde bijen en andere (nuttige) insecten. Een insectenhotel bestaat uit verschillende materialen (hout, leem/klei, riet of bamboe…) waarin gaten van allerlei dieptes en diameters zijn aangebracht. Het insectenhotel staat het best op een zonnige plaats. Wil je meer info over het maken van een insectenhotel of beestentoren? Kijk op de website van Natuurpunt of klik hier.
  • Met een takkenril  sla je twee vliegen in één klap: je kan er je snoeiafval in verwerken en het biedt een schuilplaats aan egels, padden… Deze dieren zullen je in de lente en zomer helpen om insecten en slakken te bestrijden.
  • Enkelvoudige bloemen hebben maar één rij met kroonblaadjes. Kies voor soorten met enkelvoudige bloemen. Insecten kunnen gemakkelijk in de bloem, wat niet het geval is bij dubbelbloemige variëteiten. Deze ogen mooi maar worden niet of zeer moeilijk bestoven.  
  • Kies voor bomen en struiken die bessen dragen. Ze vormen een voedselbron voor vogels.
  • Zorg voor kleine, al dan niet permanente watertjes in je tuin. Ze trekken dieren aan die van een nat milieu houden. Of het worden drink- of wasplaatsen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Wil je weten hoe je een natuurrijke tuinvijver aanlegt? Klik dan hier
    Je kan ook drinkschalen plaatsen voor vogels en insecten, vooral bij droog, warm weer in de zomer en aanhoudende vorst in de winter. De beste manier bestaat erin een ondiepe schaal met zuiver water te vullen zonder toevoeging van enig product, zoals antivries, zout of suiker, om het vriezen te beletten. Men kan beter een theelichtje of gloeilamp onder de schaal plaatsen om te voorkomen dat het water in ijs zou veranderen. Span over de schaal wel een stuk gaasdraad of leg er een roostertje op zodat de vogels zich niet kunnen baden: hun veren zouden bevriezen, zodat ze moeilijk uit de greep van roofdieren kunnen blijven. Ververs het water drie of tot vier keer per dag op dezelfde tijdstippen. Wil je meer weten over het geven van drinkwater aan vogels? Kijk op de website van de vogelbescherming
  • Laat oude bomen staan, zolang ze geen gevaar vormen. Oude bomen zijn waardevolle schuilplaatsen. In de holtes vinden veel vogels, maar ook vleermuizen nestgelegenheid. Tussen de schors zitten insecten die je niet terug vindt in jonge bomen. De insecten zijn een lekkernij voor spechten. 
  • Stekelige planten of hagen zijn voor vogels veilige plekken om hun nest te maken. In groenblijvende struiken zoals hulst en klimplanten zoals gewone klimop schuilen vogels en overwinterende vlinders (zoals het bekende citroentje of de atalanta) graag tegen de winterse koude.  
  • Maak je tuin toegankelijk voor allerlei diersoorten zoals bijen, vlinders, huismussen, vleermuizen ... en bouw zo mee aan een nieuw natuurgebied. Meer informatie vind je op de website van Een of Natuurpunt.

 

Meer informatie?

Wil je meer informatie? Kijk op de website van VLACO of Velt .