Naar inhoud

Vuistregel 3: Vruchtwisseling of combinatieteelt

Vruchtwisseling

De kans op typische plagen verhoogt wanneer je steeds hetzelfde gewas (of een gewas van dezelfde familie) op hetzelfde perceel zet. Zo geef je ziekten en plagen de kans om zich goed te ontwikkelen.

Bodemcystenaaltjes bijvoorbeeld tasten aardappelen aan en overleven lang in de bodem. Elk extra jaar dat er aardappelen op het perceel komen, schotel je de aaltjes hun favoriete voedsel voor. Ze ontwikkelen goed en gaan zich flink voortplanten. De schade zal dan ook jaarlijks groter worden. En de knolvoet die vorig jaar je bloemkool aantastte, vindt de boerenkool van dit jaar ook wel geschikt. De schimmel zal goed gedijen en meer schade aanrichten. Op deze manier kweek je geen groenten, maar plagen.

Nochtans kan je deze problemen eenvoudig vermijden door vruchtwisseling toe te passen. Dat betekent dat je de verschillende teelten afwisselt zodat er heel wat jaren overheen gaan vooraleer een gewas opnieuw op dezelfde plaats terechtkomt. Als we alle mogelijke ziektes van alle families in acht nemen, dan is een zesjarig schema het minimum, meer is nog beter. We verdelen dus de moestuin in zes gelijke stukken en laten de gewassen jaarlijks roteren over de percelen.

Voorbeeld: 

  • Kolen (o.a. bloemkool, spruiten, boerenkool)
  • Bladgewassen (o.a. sla, selder, kervel)
  • Vruchtgewassen (o.a. komkommer, courgette)
  • Wortelgewassen (o.a. uien, bieten)
  • Aardappel
  • Peulgewassen (o.a. erwten, bonen)

Hieronder vind je een overzicht van slechte opvolgingen

 

Slechte opvolgingen

Reden

1

alle groenten na zichzelf

aaltjes

schimmelziekten

2

koolgewassen na elkaar

knolvoet

3

ui na prei, prei na ui

schimmelziekte

4

erwt na boon, boon na erwt

schimmelziekten

aaltjes

5

witloof na kolen, andijvie, spinazie, sla, knolselder, erwt

sclerotinia, hoog N-gehalte, aaltjes

6

wortel na aardappel

wortelrot, aaltjes

7

boon na knolselder, witloof

schimmelziekten

 

Combinatieteelt

Het combineren van gewassen is nog een manier om de natuurlijke processen te gebruiken. Grote oppervlakten met het favoriete gewas: daar zijn belagers tuk op!

Combinatieteelt heeft heel wat voordelen. Je hebt verschillende wortelstelsels naast elkaar die alle bodemlagen gebruiken. Daarnaast beïnvloeden bepaalde gewassen elkaars levensomstandigheden. De ene plant lokt insecten die nuttig zijn voor de buurplant, of jaagt de belagers van de andere weg.

Geschikte combinaties zijn bijvoorbeeld:

  • Slasoorten: prei, wortel, radijs, kervel
  • Koolsoorten: tomaat, boon, knolselder
  • Aardappel: boon, kool, erwt
  • Wortel: ui, knoflook
  • Tomaat: wortel, kool, prei, selder
  • Aardbei: sla, boon, spinazie, prei

 

Sterk geurende kruidenplanten zoals mierikswortel langs de rand van een groentenbed verwarren met hun geur belagers of trekken gunstige insecten aan.